Memo morfologische veranderingen Rottumeroog en Rottumerplaat : voor de periode 1983-2014

Op de eilanden Rottumerplaat, Rottumeroog en Zuiderduin wordt geen actief kustbeheer gevoerd en mag de natuur haar gang gaan. In deze quick-scan zijn de veranderingen in de Noordzeekustzone ten oosten van Schiermonnikoog in kaart gebracht over met name de periode 1989-2014. Op basis van deze eerste analyse wordt geconcludeerd dat er geen 'alarmbellen' klinken, de waarnemingen geven nog geen aanleiding tot zorgen voor de korte termijn.
Uit de ontwikkelingen blijkt dat Rottumerplaat oostwaarts verschuift door het uitbochten van het Zeegat van de Lauwers, maar qua oppervlak en volume vrij stabiel is. Ook Rottumeroog verschuift oostwaarts, maar met name door aanzanding aan haar oostzijde. Erosie treedt op aan de Noordzeezijde door de zuidwaartse verschuiving van het Horsborngat. Het eiland neemt boven NAP toe in volume en areaal, maar neemt af onder GLW en wordt zo zeer langzaam steiler.
Het Zeegat van de Lauwers is in de periode 1989-2014 toegenomen in volume ten koste van de westelijk ervan gelegen Eilanderbalg. Het Schild is groter geworden in natte doornsnede na 2005 maar ook smaller en dieper. Het kombergingsgebied heeft zich naar het oosten, maar vooral naar het westen uitgebreid.
Voor de toekomst mag verwacht worden dat de trends over de afgelopen eeuw in grote lijnen doorzetten. Het Zeegat van de Lauwers zal vermoedelijk naar het oosten blijven bewegen evenals de eilanden Rottumerplaat en Rottumeroog. Onduidelijk is of Rottumerplaat zal groeien in areaal en volume (lange termijn trend) of gelijk zal blijven (trend 1989-2014). Voorts wordt verwacht dat Rottumeroog langzaam kleiner zal worden onder de GLW lijn. Dit proces wordt echter vertraagd indien Zuiderduin en Rottumeroog één eiland worden. De toekomst van het Schild is op basis van de huidige analyses niet geheel duidelijk.
Gezien de sterke dynamiek van het gebied wordt aanbevolen om regelmatig gebiedsdekkende lodingen uit te voeren, jaarlijks de eilanden in kaart te brengen met behulp van LlDAR-opnamen en op regelmatige basis deze gegevens te laten evalueren. Zo wordt ten allen tijden inzicht in de ontwikkeling behouden, en kan indien nodig worden ingegrepen.

Auteur
A.A. van Rooijen, A.P. Oost ; Deltares
Uitgever
Deltares
Annotatie
65 p.
bijl., ill.
Met ref.
Document 1209381-008-ZKS-0007